Designed by:

Yad Vashem
zaterdag, 27 december 2008 21:13

Yad Vashem

Op dinsdag 12 oktober 2004 werd het Yad Vashem-ereteken postuum uitgereikt aan Hendrik Hoogsteen en Beitske Hoogsteen-Bruinsma. De staat Israël eert met Yad Vashem niet-Joodse mensen die tijdens de holocaust vaak met gevaar voor eigen leven pogingen deden om Joodse medeburgers te redden. In de oorlog namen Hendrik en Beitske Hoogsteen Joden in huis. Zij woonden op dat moment met hun kinderen Rienk en Femke op een boerderijtje ver buiten Drogeham. Er was geen gas, elektra en stromend water. Hoewel het huis maar geschikt was voor vier personen, woonden er in de Tweede Wereldoorlog elf mensen. Er waren binnen en buiten verschillende schuilplaatsen gemaakt, waar ook zoon Rienk gebruik van maakte. Hij weigerde om in Duitsland te gaan werken. Een speciaal moment was de geboorte van Johanna Beitske op 7 januari 1945. Haar vader zat ondergedoken bij de familie Hoogsteen en zijn niet-Joodse vrouw kwam net voor de bevalling van Amsterdam naar Drogeham.

In het Verzetsmuseum Friesland is vanaf 25 februari 2006 een paneel te zien over de meer dan 500 Friezen die tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden uit handen van de bezetter hebben weten te redden.

Bron: Friesch Dagblad 13 oktober 2004

Het verslag in het Friesch Dagblad van 13 oktober 2004:

Elf bewoners in een klein boerderijtje

Kootstertille – Femkje Hoogsteen-Douma was veertien jaar toen de eerste onderduikers op de zolder van de boerderij van haar ouders in Drogeham kwamen wonen. Zij vertelde het geheim als eerste aan haar drie jaar oudere broer Rienk: ,,Ze hebben denk ik ook wat joods bloed.” Rienk vertelt: ,,Toen ik Leendert Porcelein zag, dacht ik: nou dit is een echte jood.”

De gisteren 76 jaar geworden Femkje Douma-Hoogsteen uit Drogeham en haar 79-jarige broer Rienk uit Oldenzaal namen gisteren in de gereformeerde basisschool Oranje Nassau in Kootstertille het Yad Vashem-ereteken in ontvangst namens hun overleden ouders. Ter erkenning van de moed en heldendaad van de familie Hoogsteen krijgen Beitske Hoogsteen-Bruinsma en Hendrik Hoogsteen postuum een onderscheiding van de staat Israël.

,,Zij waren als een eiland van leven in een zee van dood”, zo vertelde J.H. Levy van de Ambassade van Israël. De staat Israël eert met Yad Vashem niet-joodse mensen die tijdens de holocaust vaak met gevaar voor eigen leven joodse medeburgers hebben gered of hebben proberen te redden. Inmiddels hebben ruim 4200 Nederlanders zo’n onderscheiding gekregen. Wereldwijd zijn dat zo’n elfduizend personen.

Het in huis halen van joodse onderduikers bracht enorme risico’s met zich mee. Toch stond de familie er niet constant bij stil. ,,Je leefde van morgen tot avond en van de avond weer tot aan de morgen”, vertelt Hoogsteen in zijn speech. Zijn zus is blij voor haar ouders, maar ze vindt het heel jammer dat ze het ereteken niet zelf kunnen krijgen. ,,Ik ben wel trots op mijn ouders.”

Hendrik en Beitske hadden de bijbel als richtlijn voor het leven. Zij hebben de mensen dan ook uit christelijke overtuiging geholpen. Toen de neef van Hoogsteen hen vroeg of ze joodse mensen wilden helpen, hebben ze er, volgens Femkje, niet lang over na hoeven denken. ,,Mensen in nood moet je helpen.” Rienk en Femkje zijn het erover eens dat hun ouders het in huis nemen van joodse mensen nooit hebben gezien als een heldendaad. ,,Ik zal u binnen mijn muren een plaats geven en een naam.” Dat is de betekenis van de woorden Yad Vashem.

De boerderij van de familie Hoogsteen was een ideale plek voor onderduikers, omdat het ver van de bewoonde wereld lag. De boerderij op het Westerend had geen gas, elektriciteit of stromend water. Buiten stond een waterput met pomp en verlichting was er dankzij olielampen en kaarsen. Het vee bestond uit enkele kippen en drie koeien. Het gezin bestond uit vier mensen, later kwam daar nog een tante bij. Het huis was maar op vier mensen berekend. Uiteindelijk hebben er tijdens de Tweede Wereldoorlog elf mensen gewoond.

In het boerderijtje waren diverse schuilplaatsen gemaakt voor het geval de nazi’s een inval zouden doen. Ook op het land was een schuilgelegenheid gemaakt, een hol onder de grond. Een paar maal zochten de onderduikers hier hun toevlucht bij dreigend gevaar. Ook Rienk verstopte zich hier, omdat hij verplicht was in Duitsland (Arbeitseinsatz) te werken.

Aan het einde van de oorlog werd het gevaarlijk in huize Hoogsteen. Acht weken voor de bevrijding werden de onderduikers daarom elders ondergebracht. In het dorp ging het gerucht dat de Duitsers op zoek waren naar joden.

De onderduikers die hun intrek bij het gezin hadden gevonden, hebben de bevrijding in 1945 niet met elkaar kunnen meemaken. Na de tijd hebben ze elkaar nog wel vaker ontmoet. Dankzij de inspanningen van de familie Hoogsteen hebben ze de oorlog overleefd. De onderduikers zelf leven niet meer. Hun kinderen zijn de familie van Rienk en Femkje nog altijd enorm dankbaar. Een van de meest gedenkwaardige momenten was de geboorte van het meisje Johanna Beitske op 7 januari 1945. Haar vader zat ondergedoken bij de familie Hoogsteen en de moeder, die Nederlandse was, was kort daarvoor uit Amsterdam overgekomen. De tweede naam was een eerbetoon aan Beitske Hoogsteen.

Bron: Friesch Dagblad 13 oktober 2004

 
Jitske Dankert, Powered by Joomla! and designed by SiteGround Joomla Templates